Waar we de oorzaak zoeken
Als samenwerking onder druk komt te staan, zoeken we vaak naar oorzaken in de ander, in het team of in de structuur waarin gewerkt wordt. Daar lijkt het zichtbaar. Maar wat er speelt, begint meestal ergens anders.
Je kijkt nooit neutraal
Als leider kijk je nooit neutraal naar een situatie.
Je kijkt altijd door een bril. Gevormd door je ervaringen, je overtuigingen, je achtergrond en alles wat je onderweg hebt meegenomen en bent gaan zien als logisch of waar.
Die bril helpt je om de wereld te begrijpen en om richting te geven. En tegelijkertijd bepaalt diezelfde bril wat je wél ziet en wat buiten beeld blijft.
Iedereen kijkt, maar niet naar hetzelfde
Iedereen kijkt dus naar dezelfde werkelijkheid. Maar niemand kijkt naar hetzelfde. Jouw waarneming is uniek. Je emoties, je gedachten, je geschiedenis, je waarden en je manier van kijken maken dat jij tot een bepaald beeld komt van wat er speelt. En precies dat beeld ga je, vaak zonder dat je het doorhebt, zien als de werkelijkheid.
De rol van aannames
Vanuit die waarneming ontstaan aannames. Vooronderstellingen over de ander, over intenties, over hoe iets bedoeld is en over wat er nodig is om een situatie op te lossen. Die aannames voelen logisch en kloppen voor jou. Maar ze kleuren alles. Ze bepalen hoe je luistert, hoe je reageert en hoeveel ruimte je werkelijk laat voor een ander perspectief.
Wat ik vaak zie in de praktijk
In mijn werk zie ik dit regelmatig terug in directieteams waar de samenwerking vastloopt. Er wordt gesproken over resultaten, plannen en verantwoordelijkheden, terwijl onder de oppervlakte verschillende beelden leven over wat er werkelijk speelt, over wie ergens van is en over wat van elkaar verwacht mag worden. En juist omdat die laag onbesproken blijft, ontstaat er spanning die voelbaar is, maar nergens echt wordt vastgepakt.
De onderstroom die meespeelt
Wat zichtbaar is, is maar een deel. Daaronder ligt een andere laag. Gedachten die niet worden uitgesproken. Behoeften die niet worden benoemd. Gevoelens die geen plek krijgen. Dat is de onderstroom.En die onderstroom stuurt veel meer dan we vaak denken.
Waar het begint te schuiven
Het moment waarop het begint te schuiven, is het moment waarop we onze waarneming gaan verwarren met de werkelijkheid. Dan ontstaat er een beweging naar controle. We gaan ordenen, verklaren en oplossen vanuit ons eigen beeld, terwijl er ondertussen iets anders speelt.
Waar leiderschap begint
Leiderschap begint daarom op een andere plek.
Niet bij sturen, oplossen of ingrijpen. Maar bij zien.
Vanuit welke bril kijk ik eigenlijk?
Wat neem ik aan?
Wat vul ik in?
En wat blijft buiten beeld?
De ruimte die dan ontstaat
Dat vraagt iets. Omdat het betekent dat je bereid moet zijn om te erkennen dat jouw waarheid altijd een perspectief is, en nooit het geheel. En precies daar ontstaat ruimte. Ruimte om te vertragen, om opnieuw te kijken en om het gesprek te voeren op een andere laag. Niet om het eens te worden. Maar om weer in contact te komen met wat er werkelijk speelt.
Tot slot
Want uiteindelijk gaat het daar over. Niet over gelijk krijgen. Maar over begrijpen. En dat begint zelden buiten je. Maar vrijwel altijd bij jezelf.
Blijf op de hoogte
Schrijf je in op de nieuwsbrief en ontvang maandelijks een mail met nieuwe inzichten.

