Inhoud
Delen

Je werkt altijd in een groter geheel

Een organisatie staat nooit op zichzelf. Ze maakt deel uit van een omgeving die continu in beweging is. Wat er buiten gebeurt, werkt altijd door naar binnen.
De samenleving bepaalt daarmee in grote mate het speelveld. Behoeften veranderen, verwachtingen verschuiven en druk neemt toe. En organisaties bewegen daarin mee, bewust of onbewust.

Twee werelden die door elkaar lopen

In je werk heb je te maken met verschillende lagen van die omgeving. De directe omgeving van stakeholders, partners en opdrachtgevers. En de bredere maatschappelijke context waarin alles zich afspeelt. Die werelden lopen door elkaar heen. En ze beïnvloeden elkaar voortdurend. Dat maakt sturen complexer dan het soms lijkt.

Iedereen brengt zijn eigen wereld mee

Iedere stakeholder kijkt vanuit zijn eigen positie. Met eigen belangen, eigen verwachtingen en een eigen manier van kijken. Wat voor jou logisch is, kan voor een ander iets heel anders betekenen. Dat verschil is er altijd. En het wordt zichtbaar op het moment dat belangen botsen.
Of wanneer er keuzes gemaakt moeten worden.

Wanneer de druk van buiten toeneemt

Zolang de omgeving relatief stabiel is, blijft het overzicht meestal behouden. Afspraken werken, rollen zijn duidelijk en verwachtingen sluiten redelijk op elkaar aan. De organisatie kan doen waarvoor zij bedoeld is. Maar wanneer de omgeving sneller verandert, neemt de druk toe. Vraagstukken worden complexer en minder voorspelbaar. En dan begint het te schuiven.

De reflex om het vast te zetten

In die beweging ontstaat vaak een behoefte aan controle. We gaan structureren, ordenen en vastleggen. Om grip te houden op wat er gebeurt. Dat is begrijpelijk. Maar juist in complexe situaties werkt dat maar beperkt. Omdat de werkelijkheid zich niet laat vangen in vaste kaders.

Wat ik vaak zie in de praktijk

In organisaties waar de druk van buiten toeneemt, zie je dat mensen harder gaan werken aan structuur en besluitvorming, terwijl de werkelijkheid ondertussen sneller verandert dan de organisatie kan bijbenen — en precies daar ontstaat een gevoel van achter de feiten aanlopen, waarin steeds meer energie gaat naar het organiseren van controle in plaats van het begrijpen van wat er speelt.

Complexiteit vraagt iets anders

Niet elk vraagstuk is hetzelfde. Sommige situaties zijn overzichtelijk en goed te sturen.
Andere vragen om onderzoek, afstemming en tijd. En er zijn momenten waarop het antwoord er nog niet is. Waarin pas achteraf zichtbaar wordt wat er werkelijk speelde. En waarin handelen altijd een zekere mate van onzekerheid met zich meebrengt.

Waar het spannend wordt

Het wordt spannend wanneer we complexe situaties behandelen alsof ze voorspelbaar zijn.
Wanneer we blijven zoeken naar zekerheid waar die er niet is. En wanneer we alles willen vastleggen voordat we bewegen. Dan vertraagt de organisatie. En neemt de afstand tot de werkelijkheid toe. Terwijl de omgeving ondertussen doorgaat.

Leiderschap in een veranderende omgeving

Leiderschap vraagt in die momenten iets anders. Niet meer sturen vanuit controle, maar bewegen met wat zich aandient. En tegelijk koers houden. Dat betekent dat je bereid moet zijn om te onderzoeken voordat je handelt. Om te luisteren naar signalen uit de omgeving. En om ruimte te laten voor wat zich nog moet ontwikkelen.

De ruimte die dan ontstaat

Dat vraagt vertrouwen. In jezelf, in de mensen om je heen en in het proces dat zich ontvouwt.
Zonder alles vooraf vast te willen zetten. Niet om los te laten. Maar om beter aan te sluiten op wat er werkelijk speelt. Binnen en buiten de organisatie.

Tot slot

Je organisatie staat nooit op zichzelf. En je hebt ook nooit volledige controle over wat er gebeurt. Maar je kunt wel leren om anders te kijken. En van daaruit anders te bewegen.
In relatie tot de wereld om je heen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op de nieuwsbrief en ontvang maandelijks een mail met nieuwe inzichten.